Back to the future met Pieter Lugtigheid

Door Chantal Inen

Op een gezellige plek in Amsterdam, met uitzicht op een mooie vijver spreek ik Pieter Lugtigheid. Pieter heeft als Partner Climate Change and Sustainability Service zijn plek gevonden bij EY. Als expert op dit thema is hij aan de Partnership Academy verbonden. Gezien zijn visie op de nieuwe economie ben ik benieuwd welke grote vraag we onszelf te stellen hebben, volgens hem.

Pieter: “Als we als mensheid naar een nieuwe economie willen bewegen is een belangrijke vraag die we onszelf kunnen stellen: ‘Zijn wij wel helemaal eerlijk naar onszelf?’. Doen we zelf genoeg om die beweging in te zetten en vol te houden? Vaak richten we ons op wat ver weg gebeurt, of op grote ontwikkelingen, maar sluit je daarmee niet je ogen voor wat er dichtbij gebeurt, hier in de onderstroom en voor wat je zelf kunt doen? Met andere woorden, als je zelf vindt dat de wereld moet stoppen met zoveel fossiele brandstoffen gebruiken, dan moet je zelf ook niet 3 keer per jaar skiën en 3 keer per jaar met het vliegtuig op vakantie.”

Goeie vragen.
Pieter: “We weten hier in het westen van Europa heel goed hoe goed we het hier hebben en ook welke schade ons huidige economische model veroorzaakt. We hebben in onze taal en in ons handelen defensieve mechanismen ontwikkeld om de voordelen te behouden en de negatieve impact wat verder van ons weg te houden. Ook in de politiek en het bedrijfsleven zien we dat terug. Impact is goed, maar eerst winst. We zitten duidelijk nog in een oude economie. Maar ergens sluiten we dan onze ogen. Want wat is de negatieve impact van het bedrijf. Waar gaat dat ten koste van? Zo houden we samen een collectieve, gemaakte onwetendheid in stand. The Inconvenient Truth, ken je die film nog? Het is niet het leukste om het over te hebben, maar wel nodig.”

Ogenschijnlijke veiligheid?
Pieter: “We kunnen wel blijven denken, misschien valt het wel mee, of overheden moeten dit oplossen. Maar het verandert pas als jij binnen jouw leven ingrijpt of binnen jouw organisatie. Koop wat minder spullen, koop ze niet nieuw. Tipping points ontstaan door gewone mensen zoals jij en ik. De Franse Revolutie is niet ontstaan omdat de regering dat voorstelde. Die is gestart omdat steeds meer mensen voelden: ‘Hoe wij hier leven, dat kan niet meer’. De tipping point van elke grote verandering in een samenleving is bottom up ontstaan.”

Hoe doe je dit zelf?
Pieter: “Door niet stil te blijven en mensen te bevragen. Ik zag rond 2015 met dat klimaatdebat dat we samen een beweging konden creëren, daar heb ik me achter geschaard. Ik heb toen binnen het bedrijf mensen gemobiliseerd om veranderingen in te zetten. Ook heb ik andere bedrijven geïnformeerd en gemotiveerd. En thuis kan je ook van alles doen. Je aanmelden voor vrijwilligerswerk bij een organisatie waar je je goed bij voelt. Afval meenemen wat je op straat ziet liggen. Niets weggooien wat nog werkt of het doorgeven. En meer 2e hands kopen als je iets nodig hebt.”

Gewoontes veranderen dus?
Pieter: “Ja, de grote beweging komt echt pas als er meer mensen veranderingen door gaan voeren. Daar stokt het nog. Dat frustreerde me een paar jaar geleden. Ik probeerde met rapporten, foto’s, en rampscenario’s mensen in beweging te krijgen. Maar daar komen mensen niet van in actie. Ik besefte me dat het helpt om een ander verhaal te vertellen. Niet zeggen ‘De wereld gaat naar de knoppen als je niet nu wat doet’, maar ‘We kunnen hem mooier maken en redden, doe je mee?’. Nieuwe woorden en positieve, verbindende taal. Weg van woorden die een zware lading hebben gekregen zoals preventie, risico of sustainability. De nieuwe economie biedt een levenswijze waarin sommige mensen al laten zien dat het kan. Als je het plezier daarvan uit gaat stralen, kan je vanuit je hart dat gesprek starten met mensen die zich afvragen ‘wat nu?’.”

Heb je een voorbeeld hoe je het hebt aangepakt?
Pieter: “Bij een groot bedrijf hield ik een keynote speech over de nieuwe economie. In die speech legde ik uit dat wat we nu de CSO noemen, eigenlijk de new economy officer in een bedrijf is. Dat sloeg aan. Dan gaat het niet over ‘mijn baan verandert’ of ‘mijn salaris wordt anders’ maar het maakte het besef wakker dat je samen met iets belangrijkers bezig bent. Zoals: ‘Binnen het bedrijf waar ik werk is new economy belangrijk, dus dan krijgt mijn werk ook een andere waarde via de long term value’.”

Kan je iets vertellen over jullie product ‘Four futures’?
Pieter: “Dat is een immersive experience. Je gaat met 15 man in een black box en we nemen jou ‘back to the future’. Gebaseerd op alle kennis die we nu hebben, volg je een verhaal hoe de toekomst eruit kan komen te zien over 30 jaar, gebaseerd op ons handelen van nu. Daarna luisteren we naar ieders ervaring en kijken van hart tot hart mee naar je bedrijf of leven, zodat je tot actie over kan gaan. Ik heb mensen uit die blackbox zien komen die al 8 jaar bezig waren met sustainability zonder er ooit door geraakt te zijn: ‘Nu weet ik waar ik het voor doe’. Deze blackbox opent het gesprek met mensen die de stap durven zetten om iets te gaan doen. Het is een mobiele kit, dus we bieden ook verzamelsessies aan voor kleinere bedrijven. Zo verbinden we mensen, communities en ecosystemen.”

Partnerships dus.
Pieter: “Ja, precies. De enige manier waarop het gaat werken. En soms hebben mensen nog niet de verbeeldingskracht om het te vertalen. Jij gebruikt daar ook een methode en verhalen voor bij de Partnership Academy hè?”

Klopt. We werken met een start-up methode, een futurist, in de natuur en met theatermiddelen.  
Pieter: “Dat de young professionals bij jullie uiteindelijk met een prototype moeten komen, is ook heel sterk. En door theater te gebruiken, wordt ieders ontwikkeling uitgedaagd. Dan komt er beweging. Ik geloof wat dat betreft in die social tipping point; als je 25% mensen op een topic kan mobiliseren, komt er verandering. In Rotterdam wilde de gemeente bijvoorbeeld water-opvangplekken hebben, de bewoners klaagden over een onveilig park en in de wijk werd het te warm, dus er was een heat-plan nodig. Met elkaar hebben ze toen het onveilige vieze plein afgegraven, een waterbassin neergelegd en bomen en planten geplaatst. Een multiculturele wijk waar iedereen met elkaar de schouders eronder zette. Het plan verenigt en verkoelt. Een mega win-win situatie. Verandering gaat niet via mopperaars.”

Is er lef voor nodig?
Pieter: “Het is makkelijk om mee te schreeuwen, welke kant op dan ook. Maar mopper je uit angst of omdat je gelooft dat het iets positiefs opbouwt? Ik ben niet van een tegenpartij, ik wil een andere onderstroom en een andere ondertoon. Ja, daar is lef voor nodig. Als individu en als bedrijf. Want je weet niet alles zeker. ‘It takes confidence to shape the future’. Door die zin word ik wel gesterkt. Soms heb je taal nodig om geraakt te worden. Sustainability loopt vast als woord, ook politiek gezien. Er is een nieuw geluid nodig. ‘Shape the future with confidence’ gaf mij dat geluid en de ‘new economy’ gaf me een manier om dat vorm te gaan geven. Een nieuwe manier van denken met nieuwe taal. Wij helpen klanten op een positieve manier vooruit naar de new economy.”

Ik geloof in oprechtheid van mensen die van betekenis willen zijn, wat drijft jou om stappen te zetten die nodig zijn?
Pieter: “Sinds mijn 12e, toen er nog lood in de benzine zat en we bossterfte hadden, was ik al de zuurtegraad van ons slootwater aan het meten. En dan erover schrijven in de schoolkrant. Nu doe ik niet zo gek veel anders. Het moet eerst in jezelf stromen om je verhaal te kunnen verbinden met een publiek. Door het ‘nieuwe economie’ te noemen ga je verder dan de Grundland-definitie die zegt ‘zorg dat er geen schade wordt gedaan voor toekomstige generaties’. Als je zegt ‘bouwen aan een nieuwe economie, waarin…. ‘, dan gaan mensen meer aan. Het woord economie maakt een groot verschil. Van deze vertaling gaan meer mensen rechtop zitten en samen bouwend bereik je meer.”

Wat kom je al doende tegen?
Pieter: Soms vind ik het lastig dat je een soort missionaris wordt. Een soort roeper en boodschapper. Dat kan ook negatief uitpakken.”

Wat maakt dat je het toch blijft doen?
Pieter: “Nou, ik ben echt niet elke dag de future aan het shapen met confidence, maar dat vlammetje intern gaat niet uit. Het blijft aan. Ikzelf heb niet de wijsheid in pacht, ik heb anderen nodig. Samen komen we verder. Het is een persoonlijke reis die verbindt.”

Stel dat je dit vertaalt in een project, waar gaat je hart dan sneller van kloppen?
Pieter: “The Good Roll is een mooi voorbeeld. Het verhaal wat Sander vertelt over bamboe, het creëren van social impact in Ghana, maar ook wereldwijd. Door toiletpapier te gebruiken verbeter je de wereld, how is that! Betere levensomstandigheden voor mensen in Ghana, minder bomenkap voor wc-papier, minder chloorverbruik. Of door vragen te stellen als: ‘Wat is een effectieve manier om het te vervoeren? Waar maak ik het dan?’. Of neem de suikerbiet. Er is steeds minder vraag naar suiker en je haalt maar 15% suiker uit zo’n biet, dus er is enorm veel restmateriaal. Nu blijken er in het loofje van de suikerbiet vezels te zitten die in shampoo de microplastics kunnen vervangen. Dan zie je hoe iets volgens de nieuwe economie opgelost kan worden.”

Wat zou jij zelf tof vinden om te ontwikkelen?
Pieter: “Ik zou wel een ontmoetingsplek willen creëren waar mensen uit diverse bedrijfstakken samen de puzzel kunnen maken. Daarnaast zou ik het verhaal vertellen wat ik nu al doe. Zoeken naar verbindingen vanuit four futures en de new economy met stakeholders, overheden of bijvoorbeeld bekende Nederlanders. Onlogische verbindingen die de verbeelding prikkelen om nieuwe invalshoeken te vinden.

Er is tijd nodig om creativiteit op je pad te laten komen. Je kunt niet zeggen ‘ík ga komend uur een kunstwerk maken’. Dat is de oude economie; transitieplannen er doorheen duwen. Dat is niet hoe het werkt. Daar moet je ruimte voor maken. Zo’n plek zou ik willen faciliteren. Ondertussen kan dat al op kleine schaal via de black box van Four Futures. Dus mocht iemand interesse hebben, dan kan je via LinkedIn zo contact opnemen.”